Een waarderend gesprek met een artiest

Aan de hand van de 7 keeperscompetenties voer ik regelmatig waarderende gesprekken met professionals. En probeer ik vertaalslagen te maken naar hun vak en te onderzoeken wat hen zo succesvol maakt.   

Deze zingende artiest is een echte sjamanistische keeper die na uren hard trainen, geniet van zijn veldspel en vooral altijd doorgaat.

Om uiteindelijk relaxed en anticiperend op het podium te staan, heeft deze artiest  menig uurtje doorgebracht om zijn teksten in zijn hoofd te prenten. Natuurlijk zit er verschil in de duur en intensiteit, zo is er een tekst van de Beatles die zo onlogisch is, dat die bijna niet te onthouden is.

Voor een gastoptreden  ‘moest’ hij teksten van Pink Floyd’s the Wall met ezelsbruggetjes tot zich nemen en daar is flink op gezweet. De ogen dicht worden door sommigen als zeer intens ervaren, maar in werkelijkheid is deze zanger druk bezig zich af te sluiten om de teksten in mooi gelid eruit te laten vloeien. Teksten van vroeger zijn een tweede natuur geworden en kunnen nog  immer zo ten gehore worden gebracht.

En als hij op het podium staat in zijn natuurlijke habitat, dan doet hij dat zeer goed voorbereid, begrijpt hij en anticipeert op de sfeer in de zaal. Hij proeft deze en maakt makkelijk contact daarmee door een kleine conversatie (vorm van stand up)  of een grapje. Op het ‘toneel’ kijkt hij goed om zich heen, checkt deze op gladheid,  kijkt ook waar de snoeren liggen en of er geen gat op de bühne zit. Hij maakt contact met mensen op eerste rij, maar ook achter in de zaal, zodat een ieder zich betrokken voelt bij zijn optreden.  Natuurlijk heeft hij dat moeten ontwikkelen, zijn eerste optreden viel op doordat hij vastgeplakt bij de microfoonstandaard bleef staan. En nog kan hij koudwatervrees hebben, bijvoorbeeld bij een optreden in een theater. Daar kan de intensiteit klein en intiem zijn. Elk detail wordt gezien, zeker als je de avond moet openen. Een groot verschil met spelen op een festival, waar de warmte er al helemaal inzit en mensen lekker bewegen en menigeen al flink aan het bier zit.

Bij dat eerder genoemde gastoptreden speelt het dat het een grote nieuwe rol is en dat hij de middag ervoor al zeer geconcentreerd is en  voornamelijk niet gestoord wil worden of zich gewoon niet laat afleiden. Dierbaren in zijn naaste omgeving weten dat en handelen daarnaar. Kleinere optredens, bijvoorbeeld bij bedrijven, vreten minder aandacht en dan kan hij in een tijdsbestek van vijf minuten switchen naar zijn artiestenrol.

Zeer gespitst is hij op de natuurlijke positie en flexibiliteit op het toneel of podium om het publiek vooral te laten genieten. Maar hij realiseert zich, dat door technische malheur het optreden kan worden verstoord. Zo kan er een versterker uitvallen of zelfs de stroom helemaal uitvallen. Hij is deep down ervan doordrongen, dat de show te allen tijde door moet gaan, is uiterlijk(!) onbewogen en spreekt dan zijn creativiteit aan. Soms zingt hij gewoon door zonder stroom en maakt zich daarmee onsterfelijk;  maar bij kleinere pijntjes praat hij gewoon even lekker door met het publiek en herneemt hij zijn rol weer na een paar minuten.  Zo blijft de lef, en de kwetsbaarheid altijd klein en hanteerbaar. Uiteraard lukt dat niet altijd: zo moest hij zijn collega  eens vocaal overrulen. Omdat hij  uit zijn tel was geraakt en het orkest niet wachtte. Pas achteraf was hij zich bewust van zijn iconische strekking, die goed uitpakte.  En op een dag realiseerde hij zich dat hij over een uurtje al ergens moest optreden, terwijl hij daar ook nog zoveel tijd voor moest rijden. Met regie, kunst- en vliegwerk op de snelweg  haalde hij de geplande aankondiging en het publiek merkte niets van zijn zweetpareltjes. En ook een val in een gat op het podium weerhoudt hem niet van doorzingen.  Want dat is de essentie van deze sjamanistische keeper: geconcentreerd en hard en slim werken in de voorbereiding. Het publiek begrijpen en anticiperen, zodat hij zich in zijn natuurlijke positie kan verdiepen. Een optreden is geen wedstrijd, op het podium creëert hij zijn eigen sfeer en wint hij het publiek voor zich. Daarbij speelt creativiteit een grote rol en kwetsbaarheid in het geheel niet meer. En als het wel opspeelt, dan pakt hij uit zijn sjamanistische koffer zijn regietools om niet  te hoeven strekken en vallen.

 

De warme stem van de leider

Wellicht was u er zich niet van bewust, maar u had er nog twee tegoed. Namelijk  een verdieping  op de 6e en de 7e competentie van het keepersvak,  die twee kanten van dezelfde medaille laten zien.

De 6e betreft het begrijpen van en anticiperen op aanvallen en ballen. Het doorzien van een wedstrijd,  daar een gericht plan op maken en het werk tussen keeper en verdediging goed verdelen; de structuurkant van een keeper en zijn achterhoede. In vaktaal heet dat een verdediging die staat als een huis.

De 7e betreft het fungeren van de keeper als begeleidende gastheer en de aansturende veldheer. Deze aspecten betreffen meer de leiderscapaciteiten van een doelman. Is deze in staat om zijn teamgenoten in de verdedigende linie dusdanig aan te sporen of te stimuleren dat ze hun taken nog even wat nauwgezetter uitvoeren. Of bij verslapping of nonchalance hen als een veldheer toe te spreken dat ze doen wat ze ‘moeten’ doen.

De 7e  gaat dus over de keeper als leider en de 6e gaat over de keeper als manager.  Beide competenties hebben tot doel het heersen over de 16 meter diep en 40 meter breed gebied ofwel de huiskamer van de keeper.

Vandaag zoomen we in op de 7e: de keeper als leider en coach.  Hierbij  komt bij mij de metafoor op van een geluidsbox. Een goed geluid uit zo’n box is zeer prettig aan de oren en komt ook ‘daadwerkelijk uit de kast’.  Het vult de ruimte en een warm geluid verwent het oor. Bij slechte speakers zie je en hoor je voortdurend het geluid dat aan het vechten is om uit het kastje te komen.

Ook met die beeldspraak kijk ik naar keepers. Als keepers coachen en daarvoor geluid maken, dan is dat in Nederland bijna altijd onrustig. Het klinkt schel en aangeleerd. Ze moeten zich laten gelden, vinden ze. Maar uit het geluid klinkt het vooral door dat het geforceerd is en vaak ook agressief.

Echte leiders hebben in mijn opinie een stem die natuurlijk gezag verschaft. De stem is warm, prettig om naar te luisteren en (let maar eens op) zorgt ervoor dat anderen stoppen met praten.

Het afgelopen EK Voetbal ontpopte portiere Gianluigi (Gigi) Buffon zich als de absolute leider van het Italiaanse elftal. Het volkslied zong hij waarschijnlijk een beetje vals, maar voornamelijk uit volle borst mee. Dat was al een voorbode van zijn onverzettelijkheid en zijn passie. In de wedstrijden liet hij zien dat zijn medeverdedigers tot zijn vrienden had gemaakt.  Tuurlijk spelen ze al jarenlang samen en kunnen ze elkaar blindelings vinden. Maar niets is vanzelfsprekend, vond Buffon. Ook als Chellinni een op het oog simpele bal verdedigt, dan krijgt hij een compliment van de keeper. Bovendien zweept hij hiermee ook de anderen op. En als een aanvaller een mislukte doelpoging waagt, dan krijgt hij een knipoog van Buffon. Zo duidt hij aan dat hij de aanvaller wel doorhad en dat hij echt van betere huize moet komen om hem te verschalken. Een spel van gelijkwaardigheid, dat vliegensvlug kan draaien in boven en onder. Want Buffon heerst over zijn huiskamer. En last but not least: als keeper geeft hij het goede voorbeeld van de juiste taakuitvoering. Anders kunnen hem dingen worden verweten. Hij pakt de ballen klem of verandert ze van richting naar een neutrale zone. En viert dat best wel uitbundig. Eigenlijk not done, want je zou de aanvallers maar eens tergen en juichen om je eigen acties is altijd een beetje potsierlijk. Alleen omdat hij een echte leider is, komt het niet gemaakt over en zet hij de norm. Zo doe je dat op die eenzame hoogte.

En dan terugkomend op de stem die zo belangrijk is, de stem waar je naar wil luisteren. Die prettig is en warm en waar je tegenaan wil leunen. Op internet staan voldoende interviews met hem. Luister en geniet en denk dan aan het complete plaatje.

En bij dit plaatje ga ik nog niet eens uit van  de inhoudelijkheid van datgene wat Gigi zegt. Dat is ook niet zo belangrijk, want ik kijk altijd naar de feedback die de omgeving hem geeft. In zijn geval zie je acceptatie en zelfs een beetje de hoop dat hij iets gaat zeggen. Want in het tumult van een zestien meter is heerlijk dat er nog iemand is die het overzicht bewaart.

Durf het haast niet te vragen, want ze dun gezaaid en we willen liever geen leiders in ons midden. Maar wie is er in jouw omgeving ‘de Gigi’? Naar wie luister jij graag, wie coacht jou op lastige momenten en wie stuurt jou weer in de goede richting? En zeker niet onbelangrijk: hoe klinkt zijn of haar stem?