Een eerbetoon aan Sepp Maier, Sepp wie?

Recentelijk  in gesprek met een sportconsultant kwam de onrust ter sprake bij diverse betaald voetbalorganisaties (BVO). Zeker als er op de apenrots binnen de Raad van Commissarissen) RvC  flink wordt gestreden, is dat merkbaar op het veld. Trainers roepen dan heel hard dat ze zich focussen op de eerst volgende wedstrijd, maar hun mimiek verraadt dan een andere werkelijkheid. Een jaar geleden was Riemer van de Velde nog  vanuit de coulissen actief bij S.C. Heerenveen en de prestaties leden er zichtbaar onder. Nu hij definitief weg  is, is er eenheid van sturing en doet Friese trots weer volop mee om de prijzen. Dat Ajax toch kampioen werd onder Frank de Boer tijdens de Cruyff revolutie mag eigenlijk een wonder heten. Bij PSV zijn Toon Gerbrands en Marcel Brands de cultuurdragers op organisatorisch en voetbaltechnisch gebied. En ontwikkelen en bewaken hiermee de lange termijnvisie. Maar vooral belangrijk is dat deze twee mannen zichtbaar professioneel bewegen op cruciale momenten.  Dan is het ook niet ‘erg’ dat de RvC leden van  Konklijke Ten Cate,  Jumbo Supermarkten,  BrandLoyalty  en Heijmans N.V. niet weten of er lucht of zand in een bal zit.

Bij een mij zeer dierbare club in het oosten van het land zoekt de technisch manager zijn toegevoegde waarde en dan is het gebrek aan voetbalvisie in de RvC een groot gemis. Zeker als deze leden ook nog eens het zelf betaalde pluche laten prevaleren boven een gezonde professionele opvatting. En bovendien: wat maakt dat ze hun eigen specialisme niet aanspreken om de club te laten floreren? Kortom, gewenst bij diverse BVO’s:  een stevige organisatie, weten waarom je op die positie zit,  verstand van zaken hebben en vooral deze ook aanwenden op relevante momenten. De voetballerij heeft naast de (financiële)  gekte ook heel normale aspecten. Echt waar.

Dit is wel een heel lange inleiding naar Sepp Maier,  de legendarische keeper van Bayern München,  West-Duitse elftal in de jaren 70 en niet te vergeten wereldkampioen in 1974.

Maar er is duidelijk een link vanuit de RvC’s  en Directies  naar het neerzetten van een degelijke organisatie achterin op basis van de kwaliteiten van de verdedigers.       

We zijn dan inmiddels aangekomen bij de 7e competentie van een keeper:  ‘Begrijpen en organiseren van een wedstrijd’. En ook doorzien van (loop)patronen en anticiperen op de bal met als norm om:

  • Sensitief te zijn om in te schatten waar een bal heen gaat
  • Tijd over houden om een aanpak en antwoord te kiezen
  • Naar een spanningsveld toe te bewegen en in te grijpen
  • Het functioneren van de verdediging  als een geheel te beschouwen
  • De synergie te benoemen en te verzilveren.

Sepp en zijn kompaan Franz Beckenbauer konden als geen ander duo een stevige verdediging neerzetten, op basis van voetbal knowhow.  Beelden schieten voorbij dat Sepp naar de bal ging lopen als een corner was genomen.  Op een drafje verliet hij dan zijn 5 meter comfortzone en hij liep en bleef lopen. Totdat die op de rand van de zestien meter de bal pakte boven het hoofd van de verbaasde  aanvaller.  Het leek zo makkelijk, zeker in het licht van zijn onmetelijk grote handschoenen. Maar het was een optelsom van slim en op tijd gaan bewegen, zijn verdedigers die voor hem de weg baanden. En het besef dat als een bal hoog en lang onderweg is, dat de keeper dan zijn meerwaarde heeft. Want dan kan hij de armen nog boven het hoofd van de tegenstander gebruiken.  Maar zijn beste actie die hij ooit maakte, leidde gelijk tot eeuwige roem in de zin van wereldkampioen te worden. Een voorzet in de WK finale 1974 werd keihard  ingeschoten door Johnny Rep bij de eerste paal. Een eigenlijk niet te stoppen bal. Maar wel door Sepp  die al had voorvoeld dat de bal er maar op één plek in kon gaan. Het leek alsof de bal tegen zijn lichaam aan werd geschoten en hij deze niet meer kon ontwijken. Maar het tegendeel was waar: hij wist dat de bal daar zou komen en kon hem afweren met zijn lichaam.

 

Afsluitend zou ik de vraag willen stellen: er zullen toch wel meer mensen uit de voetballerij kennis hebben van een goede organisatie, kennis hebben van teambuilding, kunnen lezen en begrijpen van ‘cruciale incidenten’ en vooral dan zichtbaar zijn en professioneel handelen?

Nu blijft er teveel hommeles,  pols eens een keeper!

 

 

 

 

 

Een waarderend gesprek met een artiest

Aan de hand van de 7 keeperscompetenties voer ik regelmatig waarderende gesprekken met professionals. En probeer ik vertaalslagen te maken naar hun vak en te onderzoeken wat hen zo succesvol maakt.   

Deze zingende artiest is een echte sjamanistische keeper die na uren hard trainen, geniet van zijn veldspel en vooral altijd doorgaat.

Om uiteindelijk relaxed en anticiperend op het podium te staan, heeft deze artiest  menig uurtje doorgebracht om zijn teksten in zijn hoofd te prenten. Natuurlijk zit er verschil in de duur en intensiteit, zo is er een tekst van de Beatles die zo onlogisch is, dat die bijna niet te onthouden is.

Voor een gastoptreden  ‘moest’ hij teksten van Pink Floyd’s the Wall met ezelsbruggetjes tot zich nemen en daar is flink op gezweet. De ogen dicht worden door sommigen als zeer intens ervaren, maar in werkelijkheid is deze zanger druk bezig zich af te sluiten om de teksten in mooi gelid eruit te laten vloeien. Teksten van vroeger zijn een tweede natuur geworden en kunnen nog  immer zo ten gehore worden gebracht.

En als hij op het podium staat in zijn natuurlijke habitat, dan doet hij dat zeer goed voorbereid, begrijpt hij en anticipeert op de sfeer in de zaal. Hij proeft deze en maakt makkelijk contact daarmee door een kleine conversatie (vorm van stand up)  of een grapje. Op het ‘toneel’ kijkt hij goed om zich heen, checkt deze op gladheid,  kijkt ook waar de snoeren liggen en of er geen gat op de bühne zit. Hij maakt contact met mensen op eerste rij, maar ook achter in de zaal, zodat een ieder zich betrokken voelt bij zijn optreden.  Natuurlijk heeft hij dat moeten ontwikkelen, zijn eerste optreden viel op doordat hij vastgeplakt bij de microfoonstandaard bleef staan. En nog kan hij koudwatervrees hebben, bijvoorbeeld bij een optreden in een theater. Daar kan de intensiteit klein en intiem zijn. Elk detail wordt gezien, zeker als je de avond moet openen. Een groot verschil met spelen op een festival, waar de warmte er al helemaal inzit en mensen lekker bewegen en menigeen al flink aan het bier zit.

Bij dat eerder genoemde gastoptreden speelt het dat het een grote nieuwe rol is en dat hij de middag ervoor al zeer geconcentreerd is en  voornamelijk niet gestoord wil worden of zich gewoon niet laat afleiden. Dierbaren in zijn naaste omgeving weten dat en handelen daarnaar. Kleinere optredens, bijvoorbeeld bij bedrijven, vreten minder aandacht en dan kan hij in een tijdsbestek van vijf minuten switchen naar zijn artiestenrol.

Zeer gespitst is hij op de natuurlijke positie en flexibiliteit op het toneel of podium om het publiek vooral te laten genieten. Maar hij realiseert zich, dat door technische malheur het optreden kan worden verstoord. Zo kan er een versterker uitvallen of zelfs de stroom helemaal uitvallen. Hij is deep down ervan doordrongen, dat de show te allen tijde door moet gaan, is uiterlijk(!) onbewogen en spreekt dan zijn creativiteit aan. Soms zingt hij gewoon door zonder stroom en maakt zich daarmee onsterfelijk;  maar bij kleinere pijntjes praat hij gewoon even lekker door met het publiek en herneemt hij zijn rol weer na een paar minuten.  Zo blijft de lef, en de kwetsbaarheid altijd klein en hanteerbaar. Uiteraard lukt dat niet altijd: zo moest hij zijn collega  eens vocaal overrulen. Omdat hij  uit zijn tel was geraakt en het orkest niet wachtte. Pas achteraf was hij zich bewust van zijn iconische strekking, die goed uitpakte.  En op een dag realiseerde hij zich dat hij over een uurtje al ergens moest optreden, terwijl hij daar ook nog zoveel tijd voor moest rijden. Met regie, kunst- en vliegwerk op de snelweg  haalde hij de geplande aankondiging en het publiek merkte niets van zijn zweetpareltjes. En ook een val in een gat op het podium weerhoudt hem niet van doorzingen.  Want dat is de essentie van deze sjamanistische keeper: geconcentreerd en hard en slim werken in de voorbereiding. Het publiek begrijpen en anticiperen, zodat hij zich in zijn natuurlijke positie kan verdiepen. Een optreden is geen wedstrijd, op het podium creëert hij zijn eigen sfeer en wint hij het publiek voor zich. Daarbij speelt creativiteit een grote rol en kwetsbaarheid in het geheel niet meer. En als het wel opspeelt, dan pakt hij uit zijn sjamanistische koffer zijn regietools om niet  te hoeven strekken en vallen.

 

De warme stem van de leider

Wellicht was u er zich niet van bewust, maar u had er nog twee tegoed. Namelijk  een verdieping  op de 6e en de 7e competentie van het keepersvak,  die twee kanten van dezelfde medaille laten zien.

De 6e betreft het begrijpen van en anticiperen op aanvallen en ballen. Het doorzien van een wedstrijd,  daar een gericht plan op maken en het werk tussen keeper en verdediging goed verdelen; de structuurkant van een keeper en zijn achterhoede. In vaktaal heet dat een verdediging die staat als een huis.

De 7e betreft het fungeren van de keeper als begeleidende gastheer en de aansturende veldheer. Deze aspecten betreffen meer de leiderscapaciteiten van een doelman. Is deze in staat om zijn teamgenoten in de verdedigende linie dusdanig aan te sporen of te stimuleren dat ze hun taken nog even wat nauwgezetter uitvoeren. Of bij verslapping of nonchalance hen als een veldheer toe te spreken dat ze doen wat ze ‘moeten’ doen.

De 7e  gaat dus over de keeper als leider en de 6e gaat over de keeper als manager.  Beide competenties hebben tot doel het heersen over de 16 meter diep en 40 meter breed gebied ofwel de huiskamer van de keeper.

Vandaag zoomen we in op de 7e: de keeper als leider en coach.  Hierbij  komt bij mij de metafoor op van een geluidsbox. Een goed geluid uit zo’n box is zeer prettig aan de oren en komt ook ‘daadwerkelijk uit de kast’.  Het vult de ruimte en een warm geluid verwent het oor. Bij slechte speakers zie je en hoor je voortdurend het geluid dat aan het vechten is om uit het kastje te komen.

Ook met die beeldspraak kijk ik naar keepers. Als keepers coachen en daarvoor geluid maken, dan is dat in Nederland bijna altijd onrustig. Het klinkt schel en aangeleerd. Ze moeten zich laten gelden, vinden ze. Maar uit het geluid klinkt het vooral door dat het geforceerd is en vaak ook agressief.

Echte leiders hebben in mijn opinie een stem die natuurlijk gezag verschaft. De stem is warm, prettig om naar te luisteren en (let maar eens op) zorgt ervoor dat anderen stoppen met praten.

Het afgelopen EK Voetbal ontpopte portiere Gianluigi (Gigi) Buffon zich als de absolute leider van het Italiaanse elftal. Het volkslied zong hij waarschijnlijk een beetje vals, maar voornamelijk uit volle borst mee. Dat was al een voorbode van zijn onverzettelijkheid en zijn passie. In de wedstrijden liet hij zien dat zijn medeverdedigers tot zijn vrienden had gemaakt.  Tuurlijk spelen ze al jarenlang samen en kunnen ze elkaar blindelings vinden. Maar niets is vanzelfsprekend, vond Buffon. Ook als Chellinni een op het oog simpele bal verdedigt, dan krijgt hij een compliment van de keeper. Bovendien zweept hij hiermee ook de anderen op. En als een aanvaller een mislukte doelpoging waagt, dan krijgt hij een knipoog van Buffon. Zo duidt hij aan dat hij de aanvaller wel doorhad en dat hij echt van betere huize moet komen om hem te verschalken. Een spel van gelijkwaardigheid, dat vliegensvlug kan draaien in boven en onder. Want Buffon heerst over zijn huiskamer. En last but not least: als keeper geeft hij het goede voorbeeld van de juiste taakuitvoering. Anders kunnen hem dingen worden verweten. Hij pakt de ballen klem of verandert ze van richting naar een neutrale zone. En viert dat best wel uitbundig. Eigenlijk not done, want je zou de aanvallers maar eens tergen en juichen om je eigen acties is altijd een beetje potsierlijk. Alleen omdat hij een echte leider is, komt het niet gemaakt over en zet hij de norm. Zo doe je dat op die eenzame hoogte.

En dan terugkomend op de stem die zo belangrijk is, de stem waar je naar wil luisteren. Die prettig is en warm en waar je tegenaan wil leunen. Op internet staan voldoende interviews met hem. Luister en geniet en denk dan aan het complete plaatje.

En bij dit plaatje ga ik nog niet eens uit van  de inhoudelijkheid van datgene wat Gigi zegt. Dat is ook niet zo belangrijk, want ik kijk altijd naar de feedback die de omgeving hem geeft. In zijn geval zie je acceptatie en zelfs een beetje de hoop dat hij iets gaat zeggen. Want in het tumult van een zestien meter is heerlijk dat er nog iemand is die het overzicht bewaart.

Durf het haast niet te vragen, want ze dun gezaaid en we willen liever geen leiders in ons midden. Maar wie is er in jouw omgeving ‘de Gigi’? Naar wie luister jij graag, wie coacht jou op lastige momenten en wie stuurt jou weer in de goede richting? En zeker niet onbelangrijk: hoe klinkt zijn of haar stem?

 

 

 

Is Guus weer  terug in zijn natuur?

De eerste donderdagavond in december mocht ik met Guus en Marcel een aantal uren doorbrengen in een gezellig eettentje in Nijmegen. Daar bespeurde ik bij Guus dat hij klaar was om zijn verhaal naar buiten te brengen en hij ‘in’  was voor een nieuwe club, mocht er iets langskomen. Weer een nieuwe club, dat betekent voor hem als trainer/coach opnieuw een uitdaging om de dynamiek van een spelersgroep te doorvoelen, deze te laten borrelen en dit te koppelen aan veel winstpunten. En ziedaar een paar weken later was het zover: Chelsea had hem nodig en hij hapte. Deze klus voor Guus deed me veel denken aan de vijfde competentie van een voetbalkeeper: het voetenwerk en flexibiliteit, het vermogen om te bewegen naar en te schakelen in wisselende en dreigende situaties.  Elke keeper heeft geleerd om de extreem grote ruimte van een doel en de zestien meter te bestrijken. En telkens ook weer de natuurlijke positie in te nemen, hetzij om met een timmermansoog de positie te pakken dat de bal er gewoon niet in kan gaan, hetzij om zo staan dat de aanvaller uiteindelijk besluit om niet te schieten.

Ook Guus komt nu weer in een positie dat hij het speelveld binnen de club overziet en in deze weken extreem veel moet bewegen om een ieder weer op kracht te zetten: Chelsea als systeem en met name de spelersgroep.  Jarenlang was hij daar een ster in en werd hij wereldwijd daarvoor geroemd. Alleen stokte het de laatste jaren en bij het Nederlands Elftal kwam hij abrupt tot stilstand.  De vraag is nu bij Guus welke natuurlijke positie hij gaat innemen. Even los van zijn functienaam, maar welke rol past nu het best bij hem in zijn nieuwe functie bij Chelsea? Waar heeft hij zijn toegevoegde waarde en kost het hem geen moeite? Zelf nog de training verzorgen of op het veld met een aantal jonge trainers die voor hem de uitvoering doen? In de kleedkamer voor en na de training, als hij een aantal spelers individueel benadert en met hen in een waarderend gesprek gaat? In de catacomben om met zijn staf en de board om goede randvoorwaarden te bepalen? In de perszaal om daar een perfect verhaal te houden om de pers en paparazzi op afstand te houden?

We mogen hopen dat Guus nu hij weer fit en uitgerust oogt, dat hij ook een persoonlijke evaluatie heeft gepleegd. Mocht hij zijn (nieuwe?) natuurlijke rol niet pakken, dan dreigt er weer een mogelijk echec.  Rest me aan U, op basis van het verhaal over Guus, de vraag te stellen in het kader van het persoonlijk leiderschap:  Weet u waar uw natuurlijke positie ligt in uw werk en kiest u daar bewust voor?  Ben u de wat oudere trainer, kijkt u toe,  kiest u bewust voor een rol of insteek en bent u  zo in control of  kiest U veel meer als een soort jonge hond voor de uitvoering, kunt u de hele wereld aan en geniet u vol van de dagelijkse chaos en dynamiek?

Eindelijk, daar is ie dan: het ultieme vangen!  

In navolging van concentratie, lef en strekken is de 4e  belangrijke competentie van een keeper  het vangen van de bal. En natuurlijk was het vangen in reactie op mijn eerdere blogs al een paar keer genoemd.

Expres heb ik het benoemen van deze bekwaamheid even uitgesteld, want sommigen keepers zijn niet eens in de gelegenheid om de bal te pakken. Ofwel omdat ze te laat zijn met hun keuzes: zie Jeroen Zoet bij de tweede goal tegen de Tsjechen, hij schatte te laat het gevaar in. Ofwel het ontbreekt de keeper aan lef om zich er helemaal in te storten,  Zoet verstijfde bij de eerste goal bij de aanblik van de doorgebroken verdediger.

Twee voorbeelden waarbij de keeper niet in staat is om de bal te raken, de richting ervan te veranderen of deze te pakken.  En uiteraard is die laatste optie het meest rustgevend.  Als de keeper de bal in zijn handen heeft, dan zie je de rest van zijn medespelers even in de ontspannen toestand komen. Even uitrusten en op adem komen.

Maar als we inzoomen op het vangen van de bal door de keeper, dan zien we een vaardigheid waarbij de fijne afstemming van arm, hand, vingers, kootjes, toppen en spierspanning cruciaal is. Want een bal kan of moet op verschillende manieren worden gevangen en keepers zijn dan ook elke dag bezig op zoek naar de meest effectieve en betrouwbare vangtechniek. Soms heeft de bal een hoge snelheid,  soms veel spin en wat te denken van  wisselende weersomstandigheden.  En elke keer worden er weer keuzes gemaakt voor verschillende oplossingen om de bal adequaat te behandelen.

Als ik nu een vertaling maak naar Werkend Nederland, dan gaat het vangen eigenlijk over Oplossend Vermogen en Creativiteit. Elke medewerker heeft een unieke kwaliteit, waar zijn kennis en kunde helemaal verankerd is. Als we die medewerker consulteren, dan weten ze zeker dat er rust en zekerheid is. En waar we met groot vertrouwen een vraag of probleem bij neer kunnen leggen. Want dan zal er vanuit alle gezichtspunten zorgvuldig en goed naar worden gekeken.

Vraag aan u is:  weet u waar u werkelijk heel goed in bent, waar uw collega’s blindelings op vertrouwen en even rust brengt op de afdeling? En krijgt u vaak wisselende problematiek op uw bord, waar u elke keer weer uw vingers moet spreiden, de spierspanning op peil moet brengen en de hand erachter moet  krijgen?

En nog wat verder doordenkend: wie helpt het bedrijf in de problemen, wie heeft de skills en de creativiteit om die spinnende bal van emoties op de juiste manier in verschillende klimaten te vangen en daarmee rust in het bedrijf te creëren?

P.S. Ik ben geen fan van Zoet, maar natuurlijk kan hij wel vangen hoor!

Strekt U zelve!

Het is heel normaal om een warming up te doen voor aanvang van een belangrijke sportwedstrijd. Jouw gewrichten hebben dan een grotere beweeglijkheid, de spieren zijn flexibeler, de bloedcirculatie wordt beter en de stress wordt dan wat minder. Kortom, alles wordt in stelling gebracht om een optimale prestatie te leveren; temeer ook omdat een wedstrijd veel onvoorspelbare momenten kent en dat je je ook overdrachtelijk wel eens moet strekken. En natuurlijk is de focus aanwezig, een rustig hoofd is hierbij noodzakelijk zonder afleidende gedachten en gericht op datgene wat belangrijk is: de bal van de goede kleur naar dezelfde kleur spelen.

Daar waar de sport op dit vlak een behoorlijke professionele vlucht heeft genomen, verbaas ik me soms over de warming up die Werkend Nederland pleegt.
Hoe vaak komt het niet voor dat voor vergaderingen de stukken niet zijn gelezen? En dat we onvoldoende aandacht hebben voor de wijze van behandeling van een topic. Hoe vaak komt het voor dat een presentatie eigenlijk niet helemaal op de doelgroep is toegesneden? Hoe vaak komt het voor dat men onvoldoende is voorbereid op lastige vragen?

En het valt me op dat voorbereidingen op presentaties vooral cognitief van aard zijn en dat het lichaam en hart op een lauwwarme temperatuur sudderen.
En als er iets gebeurt op het emotionele vlak, dat men daar niet op voorbereid is.

Bereiden mensen zich voor op een alledaagse dag en hopen dat er niet iets heel raars gebeurt? En wellicht bevreesd zijn als er echt iets opduikt uit onverwachte (dode) hoek en men als een keeper gestrekt naar de hoek moet duiken. Of dat er een bal boven het hoofd van iemand moet worden weggeplukt.
Voorbereid zijn als een keeper op een echte strekking en jezelf verbazen met een onmogelijke redding, wie doet dat nog in het dagelijkse werkende leven.
Waar blijft de dag dat je zelf zegt: als medewerker doe ik een keer een goede warming up, waarbij ik hoofd, lijf en hart voorbereidt op iets spannends waarbij je echt moet strekken. Op een doel dat net iets verder weg ligt. En als zich niets aandient die dag, dan zorg je dat je zelf iets zoekt dat jouw grenzen raakt.

Als je altijd hetzelfde zaait, zal je oogst je niet verbazen.

Voor de Drommel niet bang!

Afgelopen weekend maakte hij zijn debuut, de 18 jarige keeper van F.C. Twente: Joël Drommel. Kenners op dat gebied hadden zijn komst al voorspeld. De beelden op TV bevestigden dat alleen maar.  Makkelijk bewegend en soepel naar de grond, zeker voor een lange jongen opvallend. En vooral ook technisch goed, ballen klemvast en met een heerlijke dosis bravoure. Alleen, laten we niet te snel hem tot de nieuwe keeper van het Nederlands elftal bombarderen; laat hem lekker proeven en leren, en ook vooral een beetje presteren. Want zoals hij in de goal stond, dat was een genot om naar de kijken. Vooral omdat hij vrij van vrees was.

En vooral over die bravoure en ook lef, daar wil ik het met U over hebben. Het is een van de belangrijkste pijlers van het keepersvak. Omdat je soms letterlijk door de knieën moet en jouw handen en armen in aanraking komen met een gevaarlijk zwiepend been. Menig ouder van een keepend kind heb ik met een grimas op de tribune zien zitten.

En toch is het zo mooi en onbedorven, als jonge keepers vol naar een bal gaan en besloten hebben dat coûte que coûte die bal van hen moet zijn. Die bravoure, is die alleen weggelegd voor jonge keepers of voor jonge medewerkers, die net in dienst zijn? En zich onbewust van gevaren en consequenties aan de slag gaan? En groots onderuit gaan? Of zien we dat ook nog wel bij medewerkers die al wat langer in dienst zijn, maar dan wellicht op een andere manier?

Ik nodig U uit om daarover te spreken. Welk risico neemt u nog in uw werk? Hoe geeft U daar vorm aan? Of bent altijd wel een beetje bevreesd geweest om een flater te slaan? En staan we stil bij de vraag of U in uw jonge jaren veel lef vertoonde. En wellicht als we een laagje dieper gaan: wat heeft u op dit terrein van uw ouders en docenten meegekregen?

Ik hoor u graag hierover en reageer!

IK nodig U uit!

Het begon eigenlijk met een beetje onvrede: hoe velen de neiging hebben om voetbalkeepers te slachtofferen, als ze een cruciale bal niet tegenhouden. Nu is bijvoorbeeld Cillessen weer de klos. Maar weinigen realiseren zich dat het keepersvak zo complex is en voor slechts een enkeling weggelegd. Hoe behoud je de rust en concentratie op de momenten dat het ertoe doet? En dat je er  staat? Maar ook hoe verzorg je de focus terwijl er eigenlijk niet zoveel gebeurt en het nemen van een doeltrap het meest enerverend is? En hoe herstel je van een piekmoment of een foutje, om vervolgens weer de rust zelve te zijn?

Om die concentratie te bewaren pleit een bekende hockeykeepercoach onder andere voor het trainen van een lage hartslag bij strafcorners, zodat keepers te allen tijde de rust zelve uitstralen. En hij leert zijn keepers in plaats van te kijken naar de bal, dat ze deze nu echt gaan zien, met name door ook te kijken naar richting, hoogte en snelheid. Hij markeert daarvoor de oefenballen met een oranje stip. Het verschil tussen horen en luisteren, zeg maar.

Gefascineerd door deze thematiek en de wetenschap dat dit ook speelt bij professionals in Werkend Nederland, heb ik inmiddels een aantal mensen gesproken over hoe zij de focus behouden en zich richten op de kerntaak, te midden van allerlei afleidende prikkels.

Zo gaf een hartchirurg aan dat alle medische handelingen aan protocollen opgehangen zijn. En dat zelfs een foutje voorzien is van een standaard procedure.

En vertelde een directeur van een stadsschouwburg dat hij als insteek had om overal waar hij was het zelfde verhaal te vertellen, of het nu wethouders of eigen medewerkers betrof. Dat gaf hem rust en hij hoefde niet te bedenken wat hij waar met welke nuance had verteld.

Graag zou ik nog heel veel andere professionals willen spreken, om van hen te vernemen hoe zij rust, reinheid en regelmaat behouden en fris blijven op hun kerntaak.

Ik nodig U uit: rechters, vuilnisophalers, advocaten, winkelbedienden, anesthesisten, balletdansers, cabaretiers, pomphouders, tennissers, goudsmeden, tandartsen, notarissen, luchtverkeersleiders, politici!

Ik nodig U uit om met mij te zitten, meld U aan!